Oppervlakken hebben een taak
Voor u iets neerzet, is het nuttig te bepalen waar een oppervlak voor is. Een salontafel is een werkblad: daar moet een kop koffie op kunnen. Een dressoir is opslag met een presentatievlak erboven. Een vensterbank is licht, en alles wat u erop zet neemt dat licht weg.
Die taken bepalen hoeveel er op kan. Hoe intensiever het gebruik, hoe minder decoratie.
De hoogte doet het werk
Een groepje objecten leest als één geheel wanneer er verschil in hoogte zit — grofweg in de verhouding hoog, half, laag. Staan drie dingen even hoog, dan valt het uit elkaar.
Werkt het nog niet, dan is een boek of dienblad onder een van de objecten vaak de oplossing: dat tilt één stuk op en maakt van losse dingen een compositie.
Muur en meubel horen bij elkaar
Wat aan de muur hangt hoort qua breedte bij het meubel eronder: ongeveer tweederde van de breedte van dat meubel, met vijftien tot vijfentwintig centimeter ruimte ertussen. Meer afstand en de twee horen niet meer bij elkaar.
Hangt er niets aan de muur, dan mag het decor op het meubel hoger zijn. Beide tegelijk hoog maakt de hoek topzwaar.
De plekken die beter leeg blijven
De eettafel, behalve als er iets laags staat waar u overheen kunt kijken. De vensterbank in een kamer met weinig licht. En elk oppervlak dat u dagelijks moet leegruimen om iets te kunnen doen.
Een kamer met twee of drie lege vlakken oogt rustiger en verzorgder dan een kamer waar elk plateau bezet is — ook als het aantal objecten gelijk is.
De hoek die niemand gebruikt
In vrijwel elke woonkamer zit een hoek waar niets staat omdat er niets past: te smal voor een kast, te breed om leeg te laten. Dat is precies de plek voor één groot object — een staande plant, een hoge vaas met takken, een vloerlamp met een lage kap.
De fout die daar gemaakt wordt is iets kleins neerzetten. Een klein object in een lege hoek benadrukt de leegte in plaats van hem op te lossen; iets van minstens een meter hoog doet het omgekeerde.
Boekenplanken zijn geen etalage
Op een boekenkast concurreren de ruggen met alles wat u ertussen zet. Daarom werkt het om per plank te kiezen: óf boeken, óf objecten, en niet alles door elkaar.
Een bruikbare verdeling is twee derde boeken en een derde open, waarbij de open ruimte over meerdere planken verspreid ligt. Leg op één of twee planken een stapel boeken plat; daar kan dan een object bovenop, en dat breekt het verticale ritme van de ruggen.
Licht als onderdeel van de compositie
Een groepje objecten op een dressoir komt pas tot leven met licht dat er van opzij op valt. Een tafellamp naast de compositie, een spot op de kast of een lichtlijst achter een plank: het maakt het verschil tussen zien en opvallen.
Vermijd licht recht van boven: dat maakt harde schaduwen onder de objecten en laat glanzende oppervlakken spiegelen. Warm licht van 2200 tot 2700 kelvin doet keramiek, hout en messing het meeste recht.
Beginnen bij één hoek
Wie een kamer wil aanpakken, doet er goed aan met één hoek te beginnen en die af te maken. Dat geeft een ijkpunt voor de rest.
Kies daarbij het materiaal dat u wilt herhalen; dat is wat de rest van de kamer straks aan elkaar knoopt. Zie Materialen die er na tien jaar nog goed uitzien en Hoeveel decoratie kan een kamer hebben.