Materiaal en onderhoud

Materialen die er na tien jaar nog goed uitzien

Keramiek en glas: de winnaars

Geglazuurd keramiek en glas veranderen niet. Ze verkleuren niet in de zon, nemen geen vocht op en zijn met water schoon te maken. Het enige risico is breuk, en dat is meteen het einde.

Let bij keramiek op de onderkant: een ruwe, ongeglazuurde voetring krast tafels en vensterbanken. Een viltje eronder scheelt jaren ergernis.

Hout: leeft mee, maar wel met onderhoud

Massief hout wordt mooier met de jaren, mits het niet in de volle zon of pal boven een radiator staat. Het werkt met de luchtvochtigheid, dus kleine scheurtjes horen erbij.

Geolied hout kunt u bijwerken; gelakt hout niet — als de laklaag beschadigd is, ziet u dat blijvend. Fineer op spaanplaat is de goedkope variant en herkenbaar aan de kopse kanten; die laten na een paar jaar los bij vocht.

Metaal: de coating bepaalt alles

Bij metaal draait het niet om het metaal maar om de afwerking. Gepoedercoat staal gaat binnenshuis decennia mee. Verchroomd of vernikkeld plaatstaal laat op de randen los zodra er een deukje in zit.

Messing en koper lopen aan; dat is geen defect maar patina. Wilt u dat niet, kies dan gelakte varianten en wrijf ze niet met schuurmiddel — dan haalt u de lak eraf.

Kunsthars en kunststof

Kunsthars maakt vormen mogelijk die in keramiek onbetaalbaar zijn, en is licht en goedkoop. Nadeel: het verkleurt in de zon, meestal richting geel, en het voelt in de hand duidelijk anders.

Voor plekken waar niemand komt is dat prima. Voor een object dat u dagelijks vastpakt, merkt u het verschil binnen een jaar.

Steen: mooi, zwaar en gevoelig

Marmer, travertin en kalksteen zijn de laatste jaren populair in kleine objecten: dienbladen, kandelaars, zeepschaaltjes. Ze zijn prachtig en vrijwel onverwoestbaar, maar poreus en gevoelig voor zuur. Een druppel citroen of azijn laat een doffe vlek na die er niet meer uitgaat.

Wie steen gebruikt, laat het impregneren of houdt het weg bij eten en drinken. En let op het gewicht: een marmeren blad op een dunne plank is een risico dat mensen onderschatten.

Riet, zeegras en andere natuurvezels

Manden en schalen van natuurvezel zijn licht, warm van kleur en goedkoop. Ze hebben twee zwakke plekken: droge lucht en vocht. Bij vloerverwarming en droge winterlucht worden ze bros en gaan ze splijten; in een vochtige ruimte schimmelen ze.

Eén keer per jaar licht bevochtigen met een plantenspuit houdt ze soepel. En zet ze niet direct op een tegelvloer in een badkamer, maar op pootjes of een matje.

Wat u aan de doos al ziet

Bij online kopen ziet u het materiaal niet, maar de productomschrijving verraadt veel. Woorden als hoogwaardig kunststof, houtlook of metaallook betekenen wat er staat: het is het niet. Massief, geglazuurd, gepoedercoat en gehard zijn wél feitelijke termen.

Kijk ook naar het opgegeven gewicht. Een vaas van dertig centimeter die 400 gram weegt, is dun; dezelfde vaas van 1,2 kilo is stevig keramiek. Dat is het makkelijkste getal om op te vergelijken.

Textiel: kijk naar het gewicht

Bij kussens en plaids zegt het materiaal minder dan het gewicht per vierkante meter. Dun geweven katoen rekt uit en gaat pillen; een dichte, zware stof houdt zijn vorm.

Wol is duurzaam en vuilafstotend maar vraagt luchten in plaats van wassen. Zie ook Schoonmaken en onderhoud per materiaal en Waar u aan kunt zien of iets kwaliteit is.